Piet
van Wijngaerdt (1873-1964)

|
|
|
|
![]() |
|
|
|
|
| Petrus Theodorus (Piet) van Wijngaerdt werd in 1873 in Amsterdam geboren. Hij woonde en werkte in Amsterdam, Abcoude, Parijs, Kortehoef, Katwijk en Haarlem. Hij was leerling van de Rijksacademie in Amsterdam en hij kreeg raadgevingen van G.H. Breitner. Hij schilderde in impressionistische trant landschappen, portretten en later veel bloemen. |
| Werk
van Piet van Wijngaerdt is o.a. opgenomen in de collecties van het
Stedelijk Museum Amsterdam, het Dordrechts Museum en het Frans Hals
Museum.
Piet van wijngaerdt een selectieve
kroniek
Na zijn opleiding aan de
Rijksakademie verblijft van Wijngaerdt enige tijd in Parijs en in
Kortehoef alvorens hij zijn atelier aan de Overtoom 34 te Amsterdam
zou betrekken. Zijn werk heeft in die jaren een luministisch
karakter en wordt wel eens vergeleken met een vuurwerk van
lichtspatten. Luministen worden over het algemeen als modernisten
gezien. Arnoud Colnot zou later zeggen; "'t zal zo rond 1910
geweest zijn dat ik samen met Filarski aan de rand van Amsterdam zat
te schilderen. Ineens stond een man achter ons, bekeek ons werk heel
nauwkeurig en zei: "jongens, je moet er wat meer vuur in
doen". We keken verbaasd op en herkenden toen Piet van Wijngaerdt...
Voor ons was hij vanaf die tijd een soort leermeester.
Van Wijngaerdt speelde
in de periode 1913-1920 een belangrijke rol in de strijd tussen de
gevestigde orde en de modernisten. Uiteindelijk liep dit uit op een
breuk.
De komst van Le
Fauconnier naar Amsterdam en de expositie van zijn werk bij de
moderne kunstkring markeert het punt waar het theoretisch kubisme
overgaat in een gematigd expressionisme. Le Fauconnier vestigt zich in
een atelier aan de Overtoom 288, niet al te ver van dat van Piet van
Wijngaerdt. Met de oprichting van de Hollandse Kunstenaarskring (HKK),
wordt de doorbraak een feit. Mede leden zijn o.a.: Leo Gestel, van
Blaaderen, Maks, Piet van der Hem, Hart Nibbering en H.J. Wolters. De
HKK zal in de daarop volgende jaren het platform blijken te zijn voor
kunstenaars rondom het dubbelcentrum Bergen-Amsterdam. Het werk van
Piet van Wijngaerdt ondergaat in deze periode in sterke mate de
invloed van Le Fauconnier: vereenvoudigde door lichteffecten
geaccentueerde vormen, sterke licht-donkere contrasten expressieve
kleursamenstellingen en een pastreuze, geborstelde verfbehandeling.
Aan de 2e HKK
tentoonstelling nemen naast de oprichters ook Charley Toorop, Else
Berg, Colnot, Mondriaan en Gustave De Smet deel. In 1916 wordt door Le
Fauconnier de kunstenaarsvereniging het signaal opgericht
dat een figuratief expressionisme voorstond gebasserd op zijn
werk en zijn theoretische stellingen. De invloed is terug te vinden
bij Gestel, Sluiters, De Smet, Charley Toorop, Dirk Filarski, Arnoud
Colnot en Jaap Weyand. Van de hand van Piet van Wijngaerdt verschijnt
het boek "Het signaal", met als ondertitel "Piet
van Wijngaerdt over de nieuwe stroming in de hedendaagse
schilderkunst" In dit boek zet hij zijn visie op de moderne
schilderkunst uiteen en poogt hij zich een plaats te verwerven in de
voorste gelederen van het kunstleven. Hij betoogt, dat na
een periode van verval, de kunst op het punt staat te herleven.
Bezield door een nieuw ideaal , voelen kunstenaars juist nu een sterke
drang zich te verenigen: "Deze gemeenschappelijke gevoelens, deze
geestelijke samenhang is in het leven het zekere teken, het signaal,
van een beslissend uur dat heeft geslagen. De nieuwe kunst
onderscheidt zich in zijn visie door een grote mate van innerlijkheid,
meer diepte, bereikt door een rijk spel van schaduwen en het
gebruik van dissonanten, samengevatte plans en verstekte kleuren,
lijnen en vlakken. Het doel is op deze wijze de zeggingskracht te
verhogen, waarbij het onderwerp van ondergeschikt belang is.
Het
Signaal-expressionisme, dat onder Le Fauconnier en van Wijngaerdt tot
ontwikkeling komt legt de basis voor het figuratieve donkere
expressionisme van de Bergense school.
Het meeste succes heeft
Van Wijngaerdt in de 20er en 30er jaren. Hij exposeert o.a. zeer
succesvol in het stedelijk Museum Amsterdam (verschillende malen, oa.
in 1918, 1924, 1935), kunstzaal Mak aan het Rokin en in de
Lakenhal te Leiden.
In 1954 vindt opnieuw in
het Stedelijk Museum in Amsterdam ter gelegenheid van zijn 80e
verjaardag een tentoonstelling plaats. Hij blijft tot kort voor
zijn dood aktief en in zijn laatste werk lijkt zelfs weer sprake van
een zekere mate van vernieuwing. Op 25 januari 1964 overlijdt Petrus
Theodorus "Piet"van Wijngaerdt te Abcoude.
|