|
|
|
|
Evert Pieters werd op 11
december 1856 in Amsterdam geboren. Zijn ouders waren niet vermogend
en na de lagere school ging hij uit werken en kwam hij in de leer bij
een huisschilder. Na enkele jaren hield hij het hier voor gezien en
trok hij op 19 jarige leeftijd naar Antwerpen in de hoop daar als
leerling-decorateur een beter bestaan te kunnen opbouwen. Antwerpen,
met de Academie onder Verlat, was toen een belangrijk centrum, de
bakermat van de Zuid-Nederlandse kunst. De jonge Evert Pieters zag
kans om in de avondtekenklas te komen en hij werkte daar 2 jaar hard
met het tekenen naar pleistermodellen. Zondags en in zijn vrije tijd
schilderde hij veel naar plaatjes en gravures, maar hij dorst deze
producten van zijn prille vrije kunst aan niemand te laten zien. Wel
gaf hij ze soms ten geschenke.
Later kwam hij in
contact met de Belgische landschapschilder Theodoor Verstraete toen
diens vrouw zo'n werkje bij een kennis zag hangen. Zij maakte haar man
er op attent. Deze zag wel iets in de jonge kunstenaar en bood aan hem
verder te helpen. Evert begon toen onder leiding van Verstraete buiten
te schilderen in de buurt van Brasschaet, waar zijn leermeester
woonde.
Toen Verstraete
omstreeks 1883 met zijn woonwagen naar Kalmthout trok, volgde Evert
hem daarheen. Deze periode in België heeft een blijvend stempel op hem
gedrukt. Ook later in Nederland waar hij nog jaren woonde bleef hij de
"Vlaming".
In 1883 kreeg hij in
België zijn eerste succes met het schilderij "rusttijd van de
houthakkers", dat hij had ingezonden naar de Hollandse afdeling van de
wereldtentoonstelling in Antwerpen. Het was een kundig en serieus
doorwerkt schilderij, maar nog tamelijk academisch van behandeling.
Wel kreeg hij nu enige bekendheid en kon hij zich financieel staande
houden met de verkoop van meestal kleine werkjes. De Sturm und
Drang-tijd die hij in Antwerpen beleefde met zijn vrienden, is van
grote betekenis geweest voor zijn latere ontwikkeling. Het gaf hem het
nodige zelfvertrouwen en een gevoel van onafhankelijkheid.
In 1984 verwierf hij op
de tweede wereldtentoonstelling in Antwerpen met het schilderij
"Korenveld in Vlaanderen" de medaille tweede klasse. Voor ditzelfde
doek kreeg hij in 1896 op de Salon des Champs Elysees te Parijs de
gouden medaille. Dit schilderij werd in 1898 in Barcelona eveneens met
goud bekroond en door een museum aldaar aangekocht.
Evert Pieters was een
harde werker met een veelzijdig talent. Samen met andere jonge
schilders en de latere schrijver-museumdirecteur Pol de Mont
decoreerde Evert het toneelscherm van de bekende Poesjenellenkelder.
Behalve grotere werken als "de dobbelaar", geïnspireerd op figuren die
hij schetste in de oude herbergjes aan de Schelde kant, schilderde hij
veel stillevens die hij uitvoerde in een stijl die verwantschap had
met de oude 17e eeuwse Hollandse meesters. De verkoop hiervan liep
goed en dit bezorgde hem ook regelmatig opdrachten. In 1895 keerde
Evert Pieters terug naar Holland waar hij zijn succes dacht door te
zetten. Dit viel echter aanvankelijk tegen.Het lidmaatschap van de
Haagse Pulchri Studio werd hem geweigerd. "Den Vlaeming"werd niet
erkend onder de Haagse schilders. Vervolgens trok hij enige tijd door
Nederland, waarbij vooral Volendam zijn belangstelling trok. Hier
begin hij interieurs te schilderen waarmee hij vooral in Amerika zo
veel succes had, dat hij de vraag niet aan kon. Zijn succes groeide en
daarmee zijn financiële welstand. Hij was inmiddels gehuwd met Marie
van de Bossche en trok met haar naar Parijs en Barbizon.
Op 17 april kwam hij uit
Parijs en vestigde hij zich in Blaricum op Meentweg nr. 30. Hier heeft
hij een aantal van zijn grotere schilderijen gemaakt en ook -in een
daarvoor speciaal ingericht hoekje- liet hij zijn modellen poseren
voor zijn Gooise interieurs.
Het werk van Evert
Pieters is moeilijk onder te brengen in een bepaalde stijl. Hij liet
zich door niets beperken, schilderde spontaan en ook zijn pallet
wisselde van stemmig tot lichtend helderen enthousiast van kleur. Zijn
grote schilderij "de ververswerkplaats"is een goed voorbeeld van een
enthousiast kleurgebruik dat ook in latere werken zijn Coloristische
enthousiasme tot uitdrukking bracht. Kort nadat hij dit doek
schilderde verbleef hij, in verband met herstel van een ernstige
operatie, in Italië waar hij een aantal zeer kleurig geschilderde
terrassen met bloemen en bomen en een heldere septembermorgen in Rome
schilderde. Wellicht heeft de zuidelijke sfeer van Italië ook nog wel
een zekere invloed gehad op zijn latere heldere kleurgebruik.
Op 25 augustus 1905 werd
hij uit Blaricum uitgeschreven en vertrok hij naar Katwijk. Hier kreeg
hij mede door zijn vriendschap met Weissenbruch een passie voor
strandgezichten, schelpenvissers en paarden op het strand. Op 19
februari vertrok hij naar Laren. en woonde daar tot aan zijn dood in
1932 aan de Oude Naarderweg 14. Dit was het voormalig huis van de
kunstschilder Theodore Lelyveld. Hier liet hij ook weer een Goois
hoekje met schouw maken als decor voor zijn Gooise
interieurschilderijen.
Evert Pieters wordt door
zijn Gooise interieurs gerekend tot een van de belangrijkste Gooise
schilders. Toch leert men deze veelzijdige bekwame kunstenaar het
beste kennen uit zijn meer gevarieerd oeuvre, waarvoor hij zijn
onderwerpen ook vaak buiten het Gooi vond.
Evert Pieters werd in
Amsterdam geboren en was dus een Nederlandse schilder. Des ondanks
werd deze fors gebouwde en gemoedelijke schilder met zijn wat
oubollige en bohémien-achtige levenswijze onder zijn Nederlandse
collega's altijd "de Vlaming" genoemd.
Zijn werk bevindt zich
o.a. in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het
gemeentehuis van Brasschaat, het Rijksmuseum van Bilderbeek-Lamaison
in Dordrecht, het Frans Halsmuseum te Haarlem, het Goois Museum te
Hilversum, het Singer Museum te Laren en musea te Barcelona, Den Haag
en Toledo. Werk van Pieters is ook zeer gezocht door particuliere
verzamelaars.
Evert Pieters overleed
in 1932 en hij werd begraven op het St. Janskerkhof te laren.
|
|
|