Willem Noordijk (1887-1970)
![]() |
|||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||
Willem
Noordijk werd op 6 mei 1887 te Schiedam geboren. Op zeer jeugdige
leeftijd deed zijn liefde voor de natuur hem het pallet ter hand nemen,
om wat hij onder zijn bereik meende, uit te beelden. Hierbij bemerkte
hij al snel zijn tekortkomingen bij gebrek aan een goede leiding.
Vervolgens bezocht hij geruime tijd de Academie voor Beeldende Kunst in
Den Haag van 1914 tot 1917, onder leiding van Frits Jansen. Tussentijds
verwierf hij nog de tekenakte M.O. In die periode kreeg hij ook
raadgevingen van Herman
Johannes van der Weele , Frans Pieter ter Meulen. En van Willem Hamel. In
het voorjaar van 1914 viel hem de Koninklijke Subsidie voor jeugdige
kunstschilders ten deel, die hij tot 1917 behield. In zijn jonge jaren
,maakte hij uitstekende werken van boerenmensen en figuren, zoals
Volendamse en Huizer vissers. Geïnspireerd
door de natuur besloot hij zich te vestigen op het platteland tussen
Laren en Eemnes. In deze omgeving schilderde hij zijn mooiste
landschappen en poldergezichten. Vanuit zijn studio had Noordijk het
vrije uitzicht over de vlakke polderweiden tot aan de Eemnesserdijk. Ook
schilderde hij veelvuldig het “duinlandschap” rondom Blaricum en de
bossen bij Okkenbroek. Naast
zijn de landschappen uit zijn directe omgeving schilderde hij ook
vee en portretten
(vooral van vissers) . Hij
maakte ook studiereizen naar Spanje, Frankrijk, Engeland en Italië. In
1920 had hij een expositie bij Kunsthandel J.J. Biesing te Den haag,
waar hij 53 werken tentoonstelde, waaronder een zelfportret. Willem
Noordijk schilderde, tekende en etste in de impressionistische trant.
Hij was lid van de kunstenaarsvereniging “St. Lucas” te Amsterdam. |
|||||
|
|
|||||