
|
|
|
particuliere collectie Sotheby's Amsterdam
|
|
Welke rechtgeaarde Nederlander
kent niet het Panorama Mesdag in de Haagse Zeestraat. Sinds jaar en
dag voeren talloze schoolreisjes kinderen af en aan en zelfs in onze
dagen van televisie en internet vergapen deze zich nog aan het drie
dimensionale vergezicht over zee en land vanaf het Seinpostduin in
Scheveningen. Het kostte Mesdag 4 maanden om dit panorama te
schilderen, samen met zijn vrouw Sientje, Theophile de Bock, Bernard
Blommers en George Breitner. Dit gebeurde in 1881 in opdracht van de
in Brussel gevestigde Societe Anonyme du Panorama maritime. Toen deze
"kermisexploitant" later failliet ging kocht de niet onbemiddelde
Mesdag het 1680 vierkante meter grote doek zelf om het in de Zeestraat
te exposeren.
Veel minder bekend is het Rijks
Museum Mesdag aan de Haagse Laan van Meerdervoort, vlak bij het
Panorama. Hier, in het voormalig woonhuis van de schilder, is het
grootste deel van de omvangrijke privé collectie schilderijen van
Mesdag te zien.
In 1903 werd deze unieke
collectie aan de staat geschonken.
Mesdag werd in 1831 in Groningen
geboren. Na zijn schoolopleiding kreeg hij een aanstelling in het
bedrijf van zijn vader, het handelshuis Mesdag & Zonen, waar hij 16
jaar werkte. Vader Klaas Mesdag was amateur schilder en verzamelaar,
die er voor zorgde dat zijn beide zonen Hendrik Willem en Taco naast
hun schoolopleiding ook tekenonderwijs volgden.
De jonge Mesdag wilde eigenlijk
schilder worden, maar kon zich dat pas veroorloven op 33 jarige
leeftijd nadat zijn vrouw, de schilderes Sientje Mesdag van Houten
(1834-1909) een groot bedrag erfde van haar vader. Mesdag trok zich
uit het familiebedrijf terug om zich voortaan geheel aan de
schilderkunst te weiden. Zijn neef, de in zijn dagen zeer beroemde
schilder Lourens Alma Tadema in Brussel, ontving in 1866 de volgende
noodkreet van de jonge schilder;
"Ik ben nu 35 jaar. Ik heb
een vrouw en kind, Ik ben opgeleid voor den handel, maar daar deug ik
niet voor. Ik ben schilder, help mij."
Tadema introduceerde Mesdag bij
de eveneens in Brussel wonende Nederlandse schilder Willem Roelofs,
bij wie Mesdag lessen zou gaan volgen. Roelofs bracht hem in contact
met de schilders van Barbizon. Al vanaf de jaren 30 van de 19e eeuw
schilderden kunstenaars in het Franse Barbizon buiten in de natuur (en
plein air).
Voor die tijd maakte men hooguit
schetsen of voorstudies in de buitenlucht, die dan verder uitgewerkt
werden in het atelier.. Mesdag zelf had deze manier van werken al
eerder toegepast in het Gelderse Oosterbeek, dat ook wel het Barbizon
van het noorden werd genoemd. Hier had zich rond de schilder J.W.
Bilders een groep van kunstenaars gevormd, die de natuur opzochten en
deze buiten schilderden.
Een reis met zijn broer Taco naar
het Duitse eiland Nordnerey in 1868 betekende een ommekeer in het werk
van Mesdag. Hier raakte hij gefascineerd door de zee als onderwerp
voor zijn schilderijen. In een nieuwe stijl, gebruikmakend van een
snelle, losse, verfstreek gaf hij op zeer realistische wijze de golven
weer, meestal onder een dreigende lucht. Mesdag maakte niets mooier
dan het was, het ging hem juist om een pure weergave van de zee in al
haar verscheidenheid en zoals zij door hem op dat moment werd
waargenomen en ervaren.
Teruggekeerd in Brussel en
gesteund door de positieve reacties van zijn schildersvrienden,
besloot Mesdag zich in dit genre te specialiseren. In 1969 verhuisde
de familie Mesdag naar Den Haag, waar Mesdag iedere dag naar
Scheveningen ging om daar talloze studies van de zee, de meeuwen, de
boten en het strand te maken.
Kennelijk tevreden over zijn werk
zond Mesdag in 1870 twee schilderijen in voor de prestigieuze Salon,
de officiële jaarlijkse kunsttentoonstelling in Parijs. Zijn
imposante "Les Brisants de la Mer du Nord" ontving er een gouden
medaille van een jury, die dit werk had verkozen boven "La Vague" van
de beroemde Franse surrealist Gustave Courbet.
De reputatie van Mesdag was door
zijn Franse succes gevestigd, zeker toen hij twee jaar later op de
"Tentoonstelling van Levende Meesters" wederom een gouden medaille
won. Ook financieel ging het Mesdag voor de wind. In hetzelfde jaar
dat hij het panorama schilderde overleed zijn vader, die hem een klein
fortuin naliet. Hierdoor kon hij optreden als meccenas voor onder meer
de Italiaanse schilder Antonio Mancini en was hij in staat om zijn
collectie schilderijen van eigentijdse Franse en Nederlandse
kunstenaars uit te breiden. Zijn voorkeur ging daarbij uit naar de
schilders van Barbizon, die dan ook ruim in zijn collectie waren
vertegenwoordigd.
Mesdag was zeer actief binnen het
artistieke leven in Den Haag. Hij was een van de oprichters van de
Nederlandsche Teekenmaatschappij in 1876 en was tussen 1889 en 1907
voorzitter van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio. Zijn
commerciële achtergrond droeg eraan bij dat Pulchri in die periode tot
grote bloei kwam.
In tegenstelling tot vele andere
schilders hield hij de verkoop van zijn schilderijen in eigen hand en
zorgde ervoor niet afhankelijk te worden van een kunsthandel. Hij
bepaalde zijn eigen prijzen, die niet gering waren en stelde die bij
als de omstandigheden daar naar vroegen. Tevens zorgde hij voor een
groeiend netwerk, ook internationaal, door overal waar hij kwam te
informeren naar de meest vooraanstaande kunsthandelaren. Bij deze
introduceerde hij zichzelf vervolgens zonder gene en vergat
daarbij nooit te refereren naar de door hem gewonnen gouden medailles
en andere eerbewijzen.
Mesdag overleed in 1915.
|
|
|