Dirk Kruizinga (1895-1972)

|
|
|
|
Een
kunsthistoricus noemde in 1939 Dirk Kruizinga een uitzonderlijk talent
vanwege zijn bijzondere picturale kwaliteiten. Kruizinga werd in Deventer
op 24 november 1895 geboren als zoon van een stukadoor, van wie Dirk
waarschijnlijk zijn kunstzinnige aanleg erfde. Na drie jaar HBS kwam Dirk
Kruizinga op het atelier en in de schilderswerkplaats van de firma H. G.
Bokhorst, waar in die tijd baas Bart en zijn broer Johan de leiding
hadden. Tijdens de mobilisatie 1914-1918 vroeg en kreeg hij verlof om aan
de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Den Haag te studeren, terwijl hij later ook nog de akten tekenen MO
behaalde. Vervolgens vestigde hij zich als vrij schilder in Amsterdam.
Vanuit Amsterdam gaf hij nog een aantal jaren op zaterdagmiddagen les in
Deventer aan de middelbare opleiding tekenen. Eveneens heeft hij gedurende
een langere periode lesgegeven aan de Avondtekenschool in Deventer. Hier
was omstreeks 1915 Gerrit Budde een van zijn leerlingen.
Aan deze opleiding had
hij in zijn jongensjaren zelf nog les gehad van Bartus Korteling, die hij
nog altijd met eerbied en bewondering “de grote meester” noemde. In Amsterdam
behoorde Dirk Kruizinga tot de oprichters van de schildersvereniging “De
Brug” , waarin zich een groep jonge Amsterdamse schilders verenigde als
protest tegen wat zij herkenden als ‘de valse romantiek en imitatie van
de Haagse School’. Later trok hij zich daaruit terug. In januari 1951
exposeerde hij in Deventer in de werkplaats van Ordelman en Budde. In 1959
kwam hij nogmaals naar Deventer terug voor een expositie, deze keer in de
zaal van de Muntentoren. Zijn werk viel in drie groepen uiteen:
potloodtekeningen, penseeltekeningen en olieverfschilderijen. Het waren
vlot opgezette landschappen, waarin met weinig middelen een welige
bomengroei werd gesuggereerd. Zijn werken gemaakt in de omgeving van
Amsterdam zijn met smaak opgezet, topografisch nauwkeurig en met een
duidelijke voorliefde voor een pittoresk detail. Hij schilderde in een
duidelijk eigen naturalistisch-impressionistische trant. Zijn picturale
eigenschappen heeft men zonder meer leren kennen in de onderwerpen van
het zuiverst imitatieve karakter; zijn stillevens,, zijn landschappen,
zijn portretten. Enkele van zijn schilderijen doen denken aan
Pieter Brueghel en Frans Hals. Onwillekeurig, want er is geen spoor
van bewuste navolging aan te wijzen. De opvallende kleureffecten en
kleurdetailleringen hebben vele bewonderaars van Kruizinga’s werk
gefascineerd. Het Rijksprentenkabinet en het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen
kochten een aantal fraaie werken van hem, evenals koningin Wilhelmina. Ook
liet een aantal industriële bedrijven gedenkboeken door Kruizinga
illustreren. Door zijn
vriendschap met BML van der Landen in Parijs, kwam in een van de
belangrijkste kunstsalons aldaar een expositie van zijn werk tot stand. Op 6 juni 1972 overleed Dirk Kruizinga. Bronnen: Scheen, Deventer en zijn schilders door HJ van Baalen |