Haaike Abraham Jaarsma

Haaike Abraham Jaarsma, de zeeschilder, werd in 1881 in Den Helder geboren. Na een opleiding aan de zeevaartschool te Schiermonnikoog en enkele jaren werkervaring op de schoener van zijn oom, werd Jaarsma als leerling zeeloods aangesteld. De langste periode was dit op het loodsstation Den Helder.

Tot 1940 verbleven loodsen permanent op de loodskotter, die voor de kust de binnenlopende schepen opwachtten. Om de tijd te doden, ontwikkelde Haaike Jaarsma al snel een voorliefde voor schilderen.  



Zeedijk aan het Marsdiep met Zwembad


Driemaster op volle zee

 

Werk uit de eerste periode (1920-1930), vertoont elementen van de lerende en onderzoekende kunstenaar. Het latere werk (1940-1968) is ontwikkeld en toont prachtige zeeen met een losse toets neergezet.

Jaarsma's werk omvat een grote variatie aan maritieme taferelen, met het accent op prachtige natuurgetrouwe zeeën en een grote verscheidenheid aan scheepstypen, zoals: vissersbotters, loggers, 3- en 4 masters, kustvaarders onder volle zeilen, en een enkel motorschip, veelal op de achtergrond.

Haaike Jaarsma verwerkte in zijn oeuvre, 30 jaar van persoonlijke belevingen en ervaringen. Hij overleed in 1970 in Bussum.       

 





            

Haaike werd geboren op 19 november 1881 aan de Helderse Binnenhaven. Direct na zijn geboorte keerde zijn familie terug naar Schiermonnikoog, waar hij zijn jonge jaren doorbracht. Op elf jarige leeftijd monsterde hij als scheepsjongen op de drie­master ‘Adriana’ van zijn oom. Dit schip zou hij later meerdere malen in zijn schilde­rijen afbeelden. Vier jaar lang voer hij tussen Noord- en Zuid Amerika. Na terugkeer in Nederland ging hij naar de zeevaartschool in Schiermonnikoog. In die jaren werd de lokale schilder T.G.G. Fenega zijn mentor voor het tekenen en schilderen. In 1906 werd hij leerling loods in Den Helder en voer voornamelijk op Het Kanaal. Van Brest tot in de Waddenzee maakte hij schetsen van schepen en vuurtorens die hij later in zijn zeegezichten zou verwerken. Zijn liefste onderwerp waren de vissersbotters die hij op zee tegenkwam. Hij heeft ze in honderden schilderijen onder alle weersomstan­digheden geschilderd. De opdrachten, die hij kreeg van vissers en later ook van kapiteins en stuurlieden van de Grote Vaart, vormden een welkome aanvulling op het loodssalaris.  

 



 




Hij was inmiddels op 20 augustus 1909 te Den Helder met Adriana Johanna Ham gehuwd en kreeg een dochter. Jaarsma kon nooit stilzitten zonder iets te tekenen. Dit was zeker het geval na zijn vervroegde pensionering in 1936 vanwege een nierziekte. Hij bleef in Den Helder wonen en was een welgeziene persoonlijkheid in de kringen die iets met de zee te maken hadden. Voor iedere gelegenheid had Jaarsma wel een schilderij in petto. Veel schepen van de Koninklijke Marine zijn door hem geschilderd voor de diverse traditiekamers. Het verhaal gaat dat hij na een diner in de ‘Marineclub’ het grote zeegezicht van Mesdag dat daar in de bar hangt heeft afgekraakt op louter zeemanschappelijke argumenten. 

Volgens zeggen kreeg hij een compliment van Mesdag zelf, toen hij na een bezoek aan het panorama Mesdag, in Scheveningen aan het schilderen was. De meester gaf hem wat tips, maar over schepen en de zee kon hij hem niets leren, vond Jaarsma. Haaike bleef autodidact, heeft nooit naar een Academie gewild en verzette zich tegen alle adviezen in. Hij was bang dat hij ‘maniertjes’ moest aanleren en dat zijn kijk op de zee daardoor vertroebeld zou worden. Hij wilde de zee schilderen zoals hij haar zag, realistisch en met gevoel. In de loop der jaren ontwikkelde hij zijn eigen signatuur: op zeer naturalistische wijze geschilderde elementen van water en lucht waarin (meest) zeilschepen tot in detail nauwkeurig zijn weergegeven. Hierin wist hij de interactie tussen het schip en het spel van wind en golven op zeemanschappelijk verantwoorde wijze te presenteren.

Met het ouder worden kreeg hij meer vat op de materie, dan komt er meer diepte en dynamiek in zijn werk.

Zijn stijl werd ruiger in de tweede helft van de jaren vijftig. In die tijd ontstonden ook zijn beste stormzeeën. Het is alsof de hartziekte waar zijn vrouw aan leed bij hem innerlijk een storm doet opsteken.

In 1958 verhuisde het echtpaar naar een rusthuis in Bussum, waar hun dochter woont. Bij haar thuis blijft hij tot zijn dood toe schilderen.

 

Soms had hij als voorontwerp een schetsje van een gecompliceerd schip, maar meestal zette hij het schilderij uit zijn hoofd op. Altijd begon hij met de luchtpartij, met een brede kwast van dassenhaar zette hij de achtergrond in het grijs en vulde dan de witte wolken en het blauw in. Dan volgde de zee, passend in de atmosfeer van de lucht. Het schip richt zich naar de beweging van  wind en golven. De rest, in de vorm van vuurtorens of kustlijn, is stoffage, maar wel secuur weergegeven. Zijn werken van groot formaat (60 x 100 cm.) maakt hij altijd in één dag af. Zijn oeuvre is zeer omvangrijk en bestaat uit tekeningen, zeer fraaie aquarellen en olieverfschilderijen van wisselende artistieke kwaliteit. Hij schilderde meestal op hardboard, soms op doek. Er zijn slechts weinig panelen van hem bekend. Van een goed lopend onderwerp kon hij met gemak een hele serie produceren. Het merkwaardige is dat als een stuk verkocht zou worden, terwijl er meer vraag naar was, hij het stuk mee naar huis nam “om er een kleinigheid aan toe te voegen”. Kort daarop stond een zelfde schilderij weer bij de handelaar. Dit wijst erop dat Jaarsma uit het hoofd schilderde, zonder gebruik te maken van een voorstudie en daarna het onderwerp naschilderde.  

In zijn jonge jaren waren zijn schetsboeken (die bij de verhuizing naar Bussum zijn verdwenen) een goed hulp­middel. Later had hij aan een foto van een schip genoeg om het afscheid van de zee voor een kapitein dragelijk te maken door ‘zijn schip’ te vereeuwigen. Vaak was hij bij slecht weer langs de zeedijk van Den Helder te vinden. Met een kijker volgde hij de reddingboten die uitvoeren om hulp te verlenen aan op de Haaksgronden gestrande schepen. Daarna ging hij naar huis om uit het hoofd van deze actie een schilderij te maken.  

Hij had stapels tijdschriften met afbeeldingen van zeegezichten, die hij als inspiratie­bron gebruikte. “De Blauwe Wimpel” was zijn favoriete blad met daarin vooral de ‘seascapes’ van de Engelsman Spurling. Deze is bekend geworden als schilder van clipperschepen zoals ‘Cutty Sark’ en ‘Derwent’ (afb.6). Spurling was de enige schilder die Jaarsma heeft beïnvloed via de afbeeldingen en reproducties van zijn schilderijen. Tot het laatst toe behield Jaarsma een zuiver observatievermogen en een fotografisch geheugen om de zee en de schepen waar hij van hield neer te zetten.

Op 19 januari 1970 overleed Haaike Abraham Jaarsma in Bussum.

In Den Helder, waar hij nog steeds een begrip is, leeft hij voort aan de wand in tientallen huiskamers.

Herkomst: Scriptie Drs Robert A. Baljeu te Anna Paulowna  

 

Uit een krantenartikel d.d. 5 maart 2005 , verschenen in de Helderse Courant, geschreven door de historicus drs. Jan T. Bremer.

 

Jaarsma kende de zeeën en de luchten die hij schilderde vanuit eigen waarnemingen, onder allerlei weeromstandigheden. Maar ook de schepen die hij vaak in opdracht van de schipper of eigenaar schilderde waren hem vertrouwd. Vooral in de begin jaren als loods maakte de aan de Binnenhaven ( later aan de Zuidstraat) woonachtige zeeloods heel veel werk in opdracht: voor vijf gulden tot 7,50 gingen die schilderijen van de hand. Het was een welkome bijverdienste, want het loon als loods bedroeg 42 gulden per maand.

Later stijgen de prijzen, ten dele ook doordat in de periode van de Eeerste Wereldoorlog het prijs- en loonniveau aanzienlijk gestegen is. Een zeestuk kostte rond 1922 bij Jaarsma 25 gulden, plus een kwartje voor elke afgebeelde zeemeeuw. Aldus zijn collega H.A. Boekwijt in zijn boek Smakken en kuiven, vier eeuwen loodsdienst op Amsterdam (1988).

 

         Maar Jaarsma schilderde toch vooral voor zijn plezier. Vandaar dat de eertijds befaamde journalist van de Helderse courant en romanschrijver Anthony van Kampen ooit schreef: Wat is het een tijd geleden dat deze loods alle wanden, muren en andere beverfbare objecten in gevaar bracht door tekenpotlood en penseel. Jaarsma is de man van het zeeschilderij: het is onmogelijk zich te vergissen en geen kenner aarzelt bij het herkennen van een Jaarsma. Van Kampen schreef dit toen hij na de Tweede Wereldoorlog een schilderij van Jaarsma ontdekte bij een kunsthandel in de Kalverstraat.

Jaarsma schilderde inderdaad op alles wat los en vast zat, zoals op de deurtjes van de kastjes van de loodsen op het loodsenkantoor aan de haven. Maar ook op de wand van het clubhuis van de watersportvereniging aan de Binnenhaven.

 

Het wordt tijd de geschilderde geesteskinderen uit de dagen van weleer eens aan onze kinderen te tonen

 

Jan T. Bremer

 

             Ga terug