Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903)
|
|
|
Prijs op aanvraag |
|
|
|
|
particuliere collectie |
|
|
|
|
|
Over Jan Hendrik
Weissenbruch is weinig bekend. Wat wij weten is afkomstig uit verhalen en
anekdotes. Deze werden aan het einde van zijn leven opgetekend, toen hij al een
beroemd kunstenaar was. Die roem gaf de verhalen kleur.
J.H. Weissenbruch
was een leerling van A. Schefhout en van de Haagse Akademie voor Beeldende Kunst
o.l.v. B.J. van Hove. Hij was vooral werkzaam in Den Haag, Scheveningen,
Haarlem en Noorden. Weissenbruch was vooral schilder en aquarellist van
landschappen, stadsgezichten en strandgezichten en wordt gezien als een van de
grote meesters van de Haagse School. Gaf les aan Victor Bauffe, Theophiel de
Bock, J.J. Heppener en aan zijn
zoon Willem Weissenbruch.
Rondom het midden
van de 19e eeuw werkte Weissenbruch nog betrekkelijk in de
anonimiteit. Wel had hij in deze periode al zijn eerste contacten gelegd met
Andries Schelfhout en met Johannus Bosboom. Na het zien van enkele
waterverftekeningen van Weissenbruch nodigde Schelfhout de jonge schilder uit
voor een bezoek aan zijn atelier. Bosboom
ontried hem dit bezoek. Volgens Bosboom stond Schefhout negatief tegenover het
schilderen naar de natuur, want daarmee werd maar verf gemorst. Bosboom vond dat
Weissenbruch op zichzelf moest
leren staan.
In Haarlem komt
Weissenbruch in aanraking met het werk van Ruisdael. Weissenbruch neemt veel
aspecten over. Maar in de wijze van schilderen komt hij los. Het is een langzame
zoekende constructie, die uitgaat van Ruisdael, poogt aan te sluiten bij
Jongkind en Schelfhout, maar die uitkomt bij iets geheel eigens. Door de tijd
heen is Weissenbruch altijd geboeid geweest door experimenten en zocht hij
voortdurend naar vernieuwing. Rondom 1880 ontdekt hij de strandgezichten. Zijn
aquarelleertechniek heeft nu een zeer hoge
kwaliteit bereikt. Het beeld is veelal verworden tot een stapeling van vlekken.
De contouren worden steeds meer
buiten beeld gedrukt. Deze werken tonen een beheersing van de middelen en
tegelijkertijd een vluchtigheid, die in die combinatie onbegrijpelijk is.