Willem Roelofs (1822-1897)

|
VERKOCHT |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Willem
Roelofs werd in 1822 geboren als zoon van een Amsterdamse steenbakker.
Toen Willem 4 jaar oud was verhuisde het gezin naar Utrecht, waar
Willem al op zeer jeugdige leeftijd begon te tekenen. Zijn eerste
geschilderde landschap dateert van 1837. Kort daarop kreeg hij
schilderslessen van de Utrechtse amateur-schilder A.H. de Winter. In
deze periode exposeerde hij ook voor de eerste maal op de Tentoonstelling
voor levende Meesters te Amsterdam en Rotterdam. In 1840 kreeg
hij in Den Haag een jaar les van de landschap- en dierenschilder Hendrikus
van de Sande- Bakhuyzen, met wie hij een jaar later een studiereis naar
Duitsland maakte. Tot 1846 zou hij bij zijn ouders in Utrecht blijven
wonen. In 1847 behoorde hij in Den Haag tot de oprichters van het
Schilderkundig Genootschap “Pulchri Studio” Hetzelfde jaar nog
verhuisde hij naar Brussel, waar hij tot 1887 zou blijven wonen. In de 50
en 60er jaren trok Roelofs er vaak op uit naar de rivier de Senne, naar
Belgisch Limburg en naar de Kempen. In 1851, 1852 en 1856 reisde hij naar
het Franse Fontainebleau. Vanaf 1856 bracht Willem Roelofs regelmatig de
zomers door in Nederland, o.a. in ’t Gooi, de Vecht en Geinstreek,
Noorden, Kortehoef, Loosdrecht,
Meerkerk, Gouda, Reeuwijk, en Leidschendam. In 1870
overleed zijn echtgenote. Drie jaar later hertrouwde hij met Albertne
Vertommen, uit welk huwelijk twee zoons werden geboren, die eveneens een
schildersloopbaan zouden kiezen; Willem Elisa (1874-1940) en Otto Willem
Albert (1877-1920). In verband met de opvoeding van zijn zoons keerde
Roelofs in 1877 terug naar Nederland en vestigde hij zich met zijn gezin
in Den Haag. Vanaf 1892 begon hij met zijn gezondheid te kwakkelen en
vooral na 1894 ging deze sterk achteruit. Het schilderen wilde hij echter
niet opgeven. In 1897 stierf hij in het huis van zijn zwager te Berchem
bij Antwerpen. Tot zijn
belangrijkste leerlingen worden gerekend, Hendrik Willem Mesdag, Paul
Gabriel, J. Th Kruseman en C.N. Storm van ’s Gravesande. In zijn
vroege werk toont Willem Roelofs nog duidelijk zijn verbondenheid met het
Romantisch landschap , volgens de tradities van de Hollandse romantiek.
Typisch voor dit werk is de dreiging en huiver, dat besloten ligt in het
effect van licht en schaduw vlak voor het uitbarsten van een onweer. Zijn
latere werk toont de doorwerking van de opvattingen van de School, van
Barbizon. Nauw betrokken bij het kunstleven in de Belgische hoofdstad is
het niet verwonderlijk dat het werk van Roelofs eveneens duidelijk
verwantschap vertoont met dat van zijn Belgische collega’s. Toch komt
Willem Roelofs juist tot ongekende hoogten
in zijn Hollandse landschappen. Deze werken tonen Roelofs’
meesterschap in de weergaven van wolken en in de weerspiegeling van het
licht. De uitgangspunten van de landschapschilders van de Haagse School
zijn in de landschappen van Roelofs met
de weergave van het tintelende sappige Hollandse–land, levensecht terug
te vinden. |