Coba Ritsema (1876-1961)

|
|
|
|
|
Amsterdamse Joffers Jacoba
Ritsema , behoorde tot een groep van acht Amsterdamse schilderessen,
tezamen vormden zij de Amsterdamse Joffers. Bijna driekwart eeuw
werkten zij onverdroten voort aan een oeuvre , dat op geen enkele wijze
aansloot op de ontwikkeling binnen en buiten Nederland. Acht nijvere
dames, werkten in ruime ateliers, zich niet bekommerend om
levensonderhoud, ambachtelijk en integer. Zij bevochten zo een eigen
plaats in de caleidoscopische kunstwereld van de 20e eeuw,
laatste vertegenwoordigers als zij waren van een 19e eeuwse
kunstvorm, die pas op 5 februari 1970, bij het overlijden van de laatste
van de vriendinnen, tot het verleden behoorde. Werk van de Joffers wordt
veel verzameld en is opgenomen in menig particuliere collectie en in dat
van verschillende musea. Tot de Amsterdamse Joffers reken wij Marie van
Regteren Altena, Ans van den Berg, Jo Bauer-Stumpff, Nelly Bodenheim,
Lizzy Ansingh, Coba Ritsema, Jacoba Surie en Betsy, Westendorp-Osinck. Als
negende Joffer wordt het jongere zusje van Lissy Ansingh, Theresia
Ansingh gezien. Zij werkte onder de naam Sorella. Jacoba
Ritsema Zonder
twijfel was Jacoba Ritsema binnen de groep 8 Amsterdamse Joffers, de meest
getalenteerde. Zij had de gave van een edel pallet, van een groots
compositie vermogen en van een majestueuze penseelvoering. Coba Ritsema
spreidde een schitterende techniek ten toon. Zij kan worden beschouwd als
een “dochter “ van Breitner, met haar bijna manlijke penseelstreek,
haar breedheid van toets en rijke koloriet. Jacoba
Ritsema werd in 1876 in Haarlem geboren als de dochter van de lithograaf
Coenraad Ritsema en Janneke Moulijn. Haar vader was een bescheiden
kunstschilder en dreef tevens een antiekzaak. Ook haar oudere broer Jacob
Ritsema was een zeer verdienstelijk schilder. Voor de veel jongere Coba
fungeerde hij als adviseur en voortrekker. Coba had van het begin af aan
een grote bewondering voor haar broer, een bewondering die bleef, ook in
de periode dat zij hem al lang had overvleugeld. Zij had een zo groot
vertrouwen in haar broer, dat er nauwelijks een werk haar atelier verliet,
voordat Jacob dit had gesanctioneerd.. Dit was weer een afgeleide invloed
van Gabriel, die Jacob weer les had gegeven. Coba wendde zich echter snel
af van de plassen en de molens die Gabriel en haar broer schilderden. Al
heel snel was het alleen maar stilleven en portret, die haar aantrokken.
Ook kwam ze tot de conclusie dat zij een opleiding wilde en belandde zij
op de Kunstnijverheidschool in Haarlem. In 1893 verliet ze deze school en
voegde zij zich onder de vleugels van Allebe aan de Rijksacademie., waar
ze tot 1897 zou blijven. Reeds als jong meisje aan de Academie deed zij
haar leraren verbaasd doen staan over de forsheid van haar vormbegrip en
haar fijnschakerend kleurgevoel. Ze sprak niet alleen over Allebe met
bewondering, maar ook over Breitner, Verster en de Franse schilders. Bij
de Haagse School herkende ze een hoge kwaliteit, maar het kon haar niet
boeien, hoewel er thuis over de Haagse School veel werd gesproken. Mede
door de aanwezigheid van Gabriel. Na
haar Academietijd naam ze les bij Therese Schwatze. Na twee bezoeken op
het atelier was Schwartze van mening dat Coba het verder zelf wel af
kon.Toch zou ze steeds de behoefte naar leiding blijven houden. Breitner
bezocht meer dan eens haar atelier, haar manier van werken trok hem aan.
Zij verzocht hem ook verschillende malen of hij haar les wilde geven, maar
hij ontweek steeds en antwoord. Ze werd vervolgens vanaf het begin van
haar carrière overladen met prijzen en eerbewijzen. In
latere jaren zou zij zich meer van haar onderwerpen losmaken, zouden de
rekwisieten een belangrijker plaats in haar werk innemen, zou ze zich ook
niet meer tevreden stellen met flessen en potten, het allereenvoudigste.
Maar het is tegelijkertijd een rijkdom, die ook verstikkend kan werken. De
lappen, de breed geschilderde stoffen, de bloemen in brede streken
opgezet, zorgen soms voor een overdaad, die weer doet terug verlangen naar
de heldere eenvoud van haar stillevens met wat fruit en een enkele bloem. |