G.A.L. Morgenstjerne Munthe (1875-1927)
|
|
|
|
|
|
Gerhard Arij
Luwig Morgenstjerne Munthe werd in 1875 geboren als zoon van de Noorse
schilder Lutwig Munthe en van Lena Vlierboom, dochter van een
redersfamilie uit Rotterdam. Hij was een bewonderaar van de Katwijkse
kust en hij koos deze dan ook veelal als zijn onderwerp. Ook in het
harde bestaan van de Katwijkse vissers vond hij zijn inspiratie. Katwijk
was in die tijd bijzonder geliefd bij een groot aantal schilders, zoals
Jan Toorop, Willy Sluiters en Bernardus Blommers.
Munthe had op de Akademie al laten zien dat hij de kunsten van
zijn vader had geërfd. Na de dood van haar man vestigde Gerhard’s
moeder zich in Den Haag. Kort daarop werd Gerhard aangenomen als lid van
Pulchri Studio, waarvan Hendrik Willem Mesdag op dat moment voorzitter
was. Deze introduceerde Munthe
in het Haagse schildersmilieu.Later werd hij eveneens lid van de Haagse
Kunstkring, van Arti et Amicitiae en van St. Lucas. Om zich van
zijn eveneens schilderende Duitse oom te kunnen onderscheiden plaatste
Munthe het poëtische Morgenstjerne voor zijn achternaam. Mesdag had
grote invloed op het werk van Munthe, evenals Anton Mauve en Jacob Maris.
Van de laatste nam hij het thema schelpenvisser over. Door zijn
heldere pastel tinten onderscheidde hij zich van de Haagse Scholers.
Zijn zeewater kreeg hierdoor een parelmoer-achtig accent. In 1901
vestigde hij zich samen met zijn vrouw Christine van Gendt in Katwijk.
Ze betrokken een riant huis aan het einde van de Noordboulevard. In 1908
vertrok het gezin weer naar Den Haag en in 1912 verhuisden zij naar
Zierikzee. Na een korte periode vertrok Munthe via
Scheveningen naar Noorwijk en later naar Noordwijkerhout. De langste
tijd bracht hij in Noordwijk door, waar hij enkele succesvolle
tentoonstellingen hield in zijn atelier. In 1910 werd hij uitgenodigd
deel te nemen aan de grote kunsttentoonstelling Le Salon te
Parijs. Eerder, in 1897 was er voor het eerst een werk van hem te zien
in de Haagse Pulchri Studio. Later volgden (groeps)
tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Naar aanleiding van Munthes
eerste tentoonstelling bij maison Artz in Den Haag, in 1900, verscheen
een opmerkelijke kritiek door A.C. Loffelt in het Nieuws van den dag; zijn
kleur is blank en heeft iets parelmoerachtig, dat ook onze stranden zo
boeiend maakt, maar heel oorspronkelijk is zijn werk nog niet, zijn keus
voor onderwerpen is meestal die van Mesdag, zijn streven naar licht en
kleur heeft verwantschap met dat van Jacob Maris. De kleur van water en
licht is zo zacht stralend en tintelend als het inwendige van een
zeemossel. Hij weet een gematigde branding met veel gevoel en goeden
smaak af te beelden. In 1912 wordt
een verandering in het werk van Munthe gesignaleerd op een
tentoonstelling bij Sala in leiden. Het NRC vermeld: In het leven van
iedere schilder zijn oplevingen en inzakkingen. Na 1912 maken de zachte
pasteltinten plaats voor meer uitgesproken aardkleuren met een overgang
in een helder rood of blauw. Uit deze periode dateren de werken met
vissersvrouwen op het strand. Veel werk van
Munthe is uiteindelijk in het buitenland terecht gekomen.Vooral in
Duitsland, Frankrijk en Zwitserland zijn schitterende werken terug te
vinden bij particuliere verzamelaars. Munthe stierf
op jonge leeftijd in 1927 aan een keelaandoening in Leiden.Hij werd
begraven in Oegstgeest bij het groene kerkje.
|