Evert Moll (1878-1955)

|
|
|

|
|
|

|
|
|
|
Evert
Moll woonde en werkte tussen 1895 tot 1930 in Voorburg, Londen, Parijs,
Den Evert
Moll was geen hemelbestormer en geen kunstenaar met een onverzadigbare
vernieuwingsdrang. Nieuwe ontwikkelinmhen gingen schijnbaar onopgemerkt
aan hem voorbij. Hij bleef trouw aan zich zelf en aan de beginselen van
de Haagse School. Evert
Moll is vooral bekend van zijn ruim duizend havengezichten. Bijster
veel is er van deze schilder niet bekend. Wel, dat hij graag en vaak
vertoefde in de Rotterdamse haven. Het reilen en zeilen in een haven,de
drukte en de traagheid van de kollosale zeeschepen boeiden hem
mateloos. Hij hield van de geur van het water, de stookolie en de wind.
Evert Moll was meer dan een schilder van havengezichten. Ruim de helft
van zijn totale oeuvre bestaat uit landschappen, stadsgezichten en
bloemstillevens. Ook als Moll landschappen en stadsgezichten
schilderde, kon hij het niet laten om veel water te schilderen. Veel
van zijn landschappen zijn geschilders vanaf of met uitzicht op het
water. Evert
Moll, geboren in Voorburg en praktisch zijn hele leven wonend in een
wijde cirkel tussen Den Haag en Rotterdam is autodidact. Van jongs af
aan is hij bevriend met Albert Roelofs, de zoon van de beroemde Haagse
School schilder Willem Roelofs. In huize Roelofs komt hij in aanraking
met kunstenaars die rond de eeuwwisseling het kunstklimaat in Nederland
bepaalden. Moll kon het zich aanvankelijk veroorloven te schilderen wat
hij wilde. Hij leidt dan ook een relatief zorgeloos leven, totdat zijn
vader in 1908 failliet wordt verklaard. Dan wordt het flink aanpoten om
in zijn levensonderhoud te voorzien. Dat
Moll zijn levenlang trouw bleef aan de principes van de Haagse School,
betekent niet dat hij geen ontwikkeling doormaakte. Naarmate hij ouder
werd, maakten zijn aanvankelijke sobere kleurgebruik en brede
penseelstreken plaats voor rijker en gevarieerder kleuren en een
fijnere verftoets. Moll schilderde vooral buiten. Met zijn klapstoel en
het papier op schoot zat hij aan de waterkant. Veel van zijn werken
zijn van hetzelfde formaat: 19 bij 31 centimeter. Dit is precies het
formaat van zijn schilderskist die hij als 'onderzetter" gebruikte.
Deze paneeltjes dienden vaak als voorbeeld voor de grotere werken die
in zijn atelier ontstonden. De
havengezichten van Moll laten zich lezen als een geschiedenisboek. Zo
legt hij aan het begin van de 20e eeuw de maritieme ontwikkeling vast.
Hoe de havens uitdijen, de schepen groter worden en de zeilschepen het
veldruimen voor motorschepen. |