|
|
Tilly Moes was het
pseudoniem voor Sofia (Fia) Theordora van Driel, geboren in 1899 te
Dusseldorf als dochter van Johannes Gerardus van Driel en Sophia
Adriana van Lammeren. Tot haar huwelijk met de kunstenaar Nicolaas
Bruijnesteijn woonde zij bij haar ouders in Den Haag, waar zij de
tekenacademie bezocht. In haar voorhuwelijkse periode (tot 1927)
schilderde zij "antieke " stillevens: gecompliceerde donker ogende
werken met veel fruit en bloemen onder het pseudoniem "Tilly Moes".
Ze had daarnaast echter een kantoorbaan om echt in haar
levensonderhoud te kunnen voorzien.
Ze trouwde in 1927 in
Den Haag en verhuisde kort daarop naar het Gooi. In de periode tot
1939 verhuisde zij veelvuldig, vooral binnen de Gooi en Vecht streek;
Blaricum, Laren, Eemnes,Vreeland en Kortehoef. Ze verbleven echter
ook te Driebergen, Overveen, Oisterwijk, Antwerpen en in Roemenie. Het
betrof merendeels pensions, onderhuur van kamers of bijgebouwtjes.
Alleen het laatste adres was een heuze vrijstaande stenen woning in
Blaricum.
Na haar huwelijk moest er brood op de plank komen, zeker toen in 1931 hun enige zoon geboren werd. Ze was er trots op dat dit met uitsluitend schilderwerk lukte en dat ze ook de hele crisis periode in de 30-er jaren doorkwamen zonder de hand op te moeten houden.
Het was voornamelijk Fia
die met haar werk het inkomen verschafte. Nog steeds onder haar oude
pseudoniem Tilly Moes. Vooral haar zonnebloemen en klaprozen waren een
kassucces. Haar man Nico ging per trein en tram op reis met grote
pakken schilderijen om ze aan de man te brengen.
Een verhaal apart
betreft en motief dat zeer succesvol bleek. Haar man Nico, ook een
kunstschilder, had veel succes met een stilleven-opstelling van een
elegant vaasje bloemen naast een gedrapeerd gordijn, op een spiegelend
tafelblad. De zorgvuldige maar traag werkende Nico deed echter veel te
lang over een exemplaar. Om tot een hogere productie te komen nam Fia
eerst een deel van de taak over: ze vulde de bloemen in. Tenslotte
maakte zij, vanaf 1940, het hele stilleven onder haar aloude naam
Tilly Moes.
Naast het gordijn en
de vaas met bloemen stond er meestal nog een extra object. Heel
geliefd daarvoor was een parelmoeren kistje. Dit kistje was weer te
bewerkelijk voor de snel werkende Fia. Daarom heeft Nico tot zijn dood
deze kistjes ingevuld op de overigens door zijn vrouw gemaakte "Tilly
Moezen".
In Den Haag braken deze
Tilly Moezen volkomen door. Als vaste klant was kunsthandel Veenendaal
een bekende afnemer. Het succes van Tilly Moes ging onverdroten door.
De beste klant werd enige tijd later kunsthandel Gazendam in Deventer,
met een goede tweede plaats voor Spitzer in Den Haag.
Na de dood van Nico
stond Fia er alleen voor om voor de broodwinning te zorgen. Door de
stijgende welvaart bleken de klanten zich automatisch te melden. Toch
was het geen echte vetpot: in de jaren na de oorlog verkocht zij haar
Tilly Moezen voor een prijs rond de 35 gulden per stuk met
uitschieters van 50 gulden. Van 1953 tot 1963 verandert de
kantenkring: vrijwel al haar werk verdwijnt naar het verre buitenland.
In 1962 krijgt haar zoon
een betrekking in Arnhem en Fia besluit mee te verhuizen. Na diens
huwelijk in 1971 betrekt ze samen met haar zuster een bejaardenwoning
in deze stad. Kort na haar 80e verjaardag overleed ze in het
Gemeente-ziekenhuis in Arnhem.
Zij zal nooit vermoed
hebben dat de door haarzelf zo misprezen Tilly Moezen, in het jaar
2000 voor zo'n fl.. 3000,-- in de galerieën te koop zouden staan.
|
|
|