Willem George Frederik Jansen (1871-1949)
![]() |
|
|
|
|

|
|
|
|
W.G.F.
Jansen woonde en werkte in Haarlem, Amsterdam en Blaricum. Hij werkte ook
veel in het veld in Brabant en Drente. Verder was hij een leerling van de
kunstnijverheidsschool bron: De Valk Lexicon kunstenaars Laren-Blaricum Willem
George Frederik Jansen werd op 25 december 1871 in Harlingen geboren en
begon zijn kunstenaarsloopbaan op 20 jarige leeftijd. Daarvoor volgde hij
een opleiding als smidsmachinist en werkte hij bij de Staatsspoorwegen in
Tilburg, bij Figee in Haarlem en op de werf Conrad in Haarlem. Zijn
vriendschap daar met een decoratieschilder betekende een keerpunt in zijn
leven en hij besloot aan de kunstnijverheidsschool in Haarlem decoratieve
kunst te studeren. Na zijn opleiding werkte hij als
decoratieschilder in Amsterdam en schilderde voornamelijk plafond's in Den
Bosch, Leeuwarden en Maastricht. Hij kreeg vervolgens een betrekking
aangeboden in de aardewerkfabriek Rozenburg waar hij langere tijd aan
eigen ontwerpen kon werken tot dat hem een positie werd aangeboden in de
aardewerkfabriek Gouda en weer later in de aardewerkfabriek "De
Distel"in Amsterdam. Dat Jansen het in de pottebakkerij goed heeft
gedaan bewijzen de vele onderscheidingen die hij daarvoor kreeg. Zo
behaalde hij in Sint Louis de zilveren medaille en in Den Haag de gouden
medaille van'"Arti et Industriae"voor ontwerpen in aardewerk.
In
1898 huwde hij Hillegonda Zijlstra en tussen 1903 en 1908 woonde hij in
Den Haag en Amsterdam. Er staat geschreven dat hij zich na een bezoek aan
Willem Knip in Laren door deze liet overhalen naar het Gooi te komen waar
hij zich kort daarna op 19 juni 1908 vestigde in de
voormalige "Brouwerij"in Blaricum, waar voor hem al verscheidene
schilders hadden gewoond en gewerkt. Tijdens
zijn verblijf in Den Haag en Loosduinen was Jansen in staat geweest dicht
in de buurt van zijn grote voorbeelden te vertoeven. De schilders van de
Haagse School, van wie de reputatie tegen 1900 op het hoogtepunt was. Het
werk van Josef Israels, Anton Mauve en Jacob Maris had zijn speciale
belangstelling.Hij werd lid van de Haagse Kunstkring en raakte bevriend
met de oprichter Theophile de
Bock. Daar moet hij al vroeg kennis hebben gemaakt met het werk van Jan
Toorop, Thorn Prikker, Van Gogh en de nieuwe stromingen uit Belgie en
Frankrijk. Ondanks dit alles bleef hij zijn eigen stijl trouw. Via
een kort verblijf in Haarlem verhuisde Jansen in 1906 naar Amsterdam
Jansen
was een vriendelijk en rustig levend man die erg behulpzaam was. In de
moeilijke oorlogsjaren heeft hij zich ingezet voor onderduikers. Hij was
een goed schilder en een bewonderaar van de Haagse School en de gebroeders
Maris. Hij ontwikkelde een eigen impressionistische stijl. Hoewel hij het
landschap in het Gooi bekoorlijk vond en dus ook wel schilderde, werkte
hij eveneens in Brabant, Drente en in kustplaatsen zoals Egmond.
W.G.F.
Jansen was een uiterst bekwaam kunstenaar met een evenwichtig temperament.
Hij liet zich door niemand beïnvloeden in zijn visie en al had hij veel
vrienden onder de Larense kunstenaars, zijn kunst bleef onafhankelijk,
rustig, sympathiek, warm en was als een spiegel van zijn krachtige
persoonlijkheid. Over
succes had hij niet te klagen. Hij verkocht goed, tot ver buiten de
landsgrenzen. In Artis werkte hij 2 jaar aan het Diorama van Texel, een
kapitaal doek van 28 meter lang en 9 meter hoog, dat in 1925 werd
voltooid. Jansen
was een landschapschilder in de ruimste zin van het woord. Enkele
uitzonderingen daargelaten omvat zijn oeuvre voornamelijk riviergezichten,
boslandschappen, strandgezichten en stadsgezichten. Welk onderwerp
hij ook koos, de natuur was altijd zijn uitgangspunt en mensen, dieren,
schepen en gebouwen, vormden altijd een harmonieus geheel met het
landschap. Zelfs zijn stadsgezichten ademen een landelijke rust en
laten de mooiste kanten van een stad zien. Op vallend is dat in de
meeste van zijn stads- en
dorpsgezichten het water een rol
speelt. Havens, vaarten, grachten en rivieren waren hierbij vaak het
uitgangspunt. Water, maar ook lucht is in het werk van Jansen
sfeerbepalend. Dikwijls beslaat de lucht meer dan de helft van zijn
composities en verschaft het de voorstelling van een enorme
ruimtelijkheid. Trefzeker opgezet en gevoelig van kleur bepaalt de
luchtpartij in menig schilderij de typische Hollandse atmosfeer. In
koloriet was Jansen zeker een meester
en alleen al voor zijn wolkenluchten kende zijn pallet een groot
scala van grijzen en witten. Maar ook in boerentaferelen met ploegende
paarden of ossen, is fijngevoeligheid van kleur zijn handelsmerk. Bomen,
weiden, de geploegde akkers zijn herkenbaar aan een brede schakering van
groenen en okers opgezet, met een luchtige wollige toets. Jansen
bewaarde in zijn atelier honderden studies, die hij door het hele land
verzamelde, veel krabbeltjes ter grootte van een handpalm, waarin al een
compleet schilderij zichtbaar was, volmaakt van licht, schaduw en
compositie. Bij het schilderen werkte hij zonder onderschildering, direct
in de volle toon. Deze zogenaamde nat-in-nat techniek vereist een enorm
vakmanschap. Wat deze techniek betreft valt er in de loop der jaren een
ontwikkeling te bespeuren. Zo werkte hij in zijn Loosduinse periode zijn
onderwerpen veel gedetailleerder uit; later zou zijn penseestreek
krachtiger en raker worden. Kwalitatieve verfijning bleef hij echter hoog
in het vaandel houden De finishing touch was hem heilig. Ongetwijfeld behoorde hij tot de zeer bekwame kunstenaars in het Gooi. Door zijn rustig en evenwichtig levenspatroon viel hij niet erg op. Hij bleef in Blaricum wonen tot hij op 21 juni 1949 op 77 jarige leeftijd overleed.
|