André Idserda (1879-1952)

|
|
|
|
|
|
|
Andre
Idserda werd in 1879 in het Groningse Vlagtwedde geboren. Het gezin
verhuisde 12 jaar later naar Amsterdam, omdat zijn vader die douane
beambte was, werd overgeplaatst.
Al vroeg ontstond de drang om vrij te zijn en te gaan
schilderen. Vanwege het gratis onderwijs aan de Antwerpse Academie,
reisde Idserda naar het zuiden af en werd er tot zijn vreugde
aangenomen. Om in zijn onderhoud te voorzien verhuurde hij zich bij
een huisschilder. ’s Avonds tekende hij in kroegen karikaturen van
de bezoekers, die hij grif verkocht. Later,
terug in Nederland trok hij bij zijn moeder in, die inmiddels weduwe
was en in Laren woonde. Hij leefde hier eenzaam en geďsoleerd. Voor
een aantal tijdgenoten had hij grote bewondering en die was
wederzijds. Met hen had hij lange gesprekken over de schilderkunst:
Hulshoff Pol, Rijlaarsdam, David Schulman, Willem van Nieuwenhoven, de
gebroeders Dooyewaard en Frans Langeveld. Net voor het uitbreken van
de eerste wereldoorlog was hij met zijn vrouw Coba van der Lee naar
het Belgische Mol getrokken. Tijdens de oorlog verhuisde het gezin
Idserda met zoon Theo naar zijn moeder, die inmiddels in Loosdrecht woonde. De huisbaas
die allerminst blij was met zo’n schildersgezin, deed hen besluiten
verder te trekken naar Meppel. In Meppel woonden zij enige jaren op een oude schuit “La Lutte” , (de worsteling), gelegen aan de Kleine Kaap. Het was hier dat Idserda toen kennis maakte met de aankomende schilders Anthony Keizer en Roel Wildeboer. De vriendschap met beide schilders werd blijvend, Keizer werd Idserda’s leerling en Wildeboer en Idserda bleven elkaar ook later in Hilversum regelmatig ontmoeten. Na
de oorlog trok Idserda met zijn gezin weer naar België, deze keer
naar Brugge, waar hij de eer kreeg de dochter van de Engelse
minister-president, Mac Donald, te mogen portreteren. Dergelijke
opdrachten brachten geld in het laatje en maakte dat meerdere
vooraanstaande personen zich door hem lieten schilderen. Het leven in
Brugge kende echter te veel up’s en down’s, waartegen zijn vrouw
uiteindelijk niet meer opgewassen bleek en vertrok. Hij bleef alleen
en somber en opstandig achter. Tenslotte trok hij bij zijn jongste
zoon Jaques, die in Hilversum woonde in. In deze periode maakt hij
zijn meest gevoelige werk Afwisselend woonde hij in Hilversum en
Diever. Hij logeerde dan in een hotel “Brinkzicht” tegenover de
kerk waar hij vele tekeningen maakte met zwart en rood krijt. Ook
maakte hij hier buitengewoon mooie fors opgezette zelfportretten. |