![]() |
|
|
|
|
|
|
|
|
Jacob "Jac" Eriks werd in 1895
in Amsterdam geboren. Hij overleed in 1965 in Laren. Hij was
leerling van de Amsterdamse Tekenschool voor Kunstambachten. Na de
tekenschool te hebben doorlopen kreeg hij een betrekking als
decorschilder in de stadsschouwburg. Op aanraden van Breitner werd
Jac Eriks in 1923 ingeschreven aan de Rijks Akademie te Amsterdam,
o.l.v. August Allebe en Antoon Derkinderen. Als kroon op zijn studie
werd hem in 1923 de Rijkssubsidie voor jonge beeldende kunstenaars
toegekend. Van Derkinderen kreeg hij zijn voorliefde voor
muurschilderingen en monumentale kunst mee.
Hij kreeg vaak monumentale
opdrachten, waarin hij bijbelse taferelen verwerkte. Zelf was hij
een diep gelovig mens. In zijn vrije werk, dat hij liet zien bij
Snt. Lucas en "Laren-Blaricum" hanteerde hij de formule als bij de
wandschilderingen. De pastel kleuren en de idyllische enscenering
geven zijn landschapthema's een verholen symboliek.
In 1924 vond hij een atelier in
Laren aan het Koloniepad, waar hij tot zijn huwelijk in 1928 een
waar kluizenaarsleven leidde. Hij was een zeer eenzelvig mens en
kreeg aanvankelijk nog veel opdrachten voor muurschilderingen in
openbare gebouwen en kerken. Zo is ook de trouwzaal van het
gemeentehuis in Huizen door Jac Eriks van een schildering voorzien.
Voor zijn landschappen werkte hij eerst in de naaste omgeving van
het Gooi, maar voor nieuwe inspiratie trok hij steeds verder weg. Zo
schilderde hij in Giethoorn, Twente en Limburg.
Ook verwierf hij erkenning als
portretschilder. Na opdrachten van particulieren volgden de
opdrachten voor het maken van portretten van meerdere hoogleraren,
o.a. van prof. Hugo de Vries, Prof. dr. J. Waterink en Prof. J.
Severijn. Portretten van Koningin Juliana kregen een plaats in
verschillende raadszalen van gemeentehuizen, o.a. in Barneveld,
Hattum, Hoogeveen en Huizen. Eriks werkte het meest in olieverf op
doek. Toch zijn er ook geëtste portretten en vooral kinderportretjes
in pastel.
Jarenlang was hij
penningmeester en van 1945 tot 1960 voorzitter van de Vereniging van
Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum. Als waardering voor het vele
werk dat hij al die jaren voor de vereniging deed, werd hij in 1960
benoemd tot erelid.
bron; De Valk Lexicon
kunstenaars Laren-Blaricum
|