Nicolaas Bastert (1854 - 1939)

|
Syvert
Nicolaas Bastert (Nicolaas), werd in 1854 op het landgoed Otterspoor te
Maarseveen geboren, De Basterts speelden
al sinds mensenheugenis een belangrijke rol in het openbare leven van de
Vechtstreek. Hij overleed in 1939 in Loenen aan de vecht. Nicolaas
Bastert woonde en werkte in Amsterdam, Maarssen, Breukelen, Den Haag en
Nieuwersluis. Aanvankelijk was hij voorbestemd om een carrière in de
handel te doorlopen. In 1870 begon de jonge Nicolaas dan ook op het
kantoor van de Handelsonderneming te Amsterdam, waarvan zijn vader vennoot
was. Hij zou er tot 1875 blijven. Nicolaas had echter al vroeg een passie
ontwikkeld voor de schilderkunst. Tot 1874 kreeg hij les van P.J. Lutgers.
Na diens overlijden ging hij in de leer bij de landschapschilder Martinus
Heijl. Op het Amsterdamse atelier van Heijl ontmoette Bastert de jonge Geo
Poggenbeek. Het was het begin van een levenslange vriendschap. In 1876 werd
Bastert toegelaten tot de dagopleiding van de Rijks Academie voor
Beeldende Kunst te Amsterdam. Hier kreeg hij tekenles en anatomieleer van
August Allebe en esthetica van de bekende kunstcriticus J.A. Alberdingk
Thijm. Door het optreden van de meesters van de
Haagse School was het landschap als genre steeds populairder
geworden.. De Academie docenten waren echter nog niet meegegaan in deze
ontwikkeling. In 1878 toog Bastert daarom naar Antwerpen om zich daar aan
de Academie verder in het schilderen van landschappen te bekwamen. In 1880
keerde Bastert terug naar Amsterdam, waar hij onderdak vond bij Geo
Poggenbeek. Kort daarop vond hij zijn eigen stijl. In de daarop volgende
jaren trokken Bastert en Poggenbeek jaarlijks naar een huisje in
Breukelen om daar het landschap aan en om de Vecht in olieverf vast
te leggen. In 1882 betrok Bastert een atelier in Den Haag. De gezamenlijke
reizen met Poggenbeek naar Italië en Frankrijk hebben op Bastert een
grote indruk nagelaten. Hij beschreef ze als een groot genieten en jaren
later zou Bastert op deze periode met grote weemoed terugkijken. Al snel kon
Bastert zich verheugen in een serieuze belangstelling voor zijn werk. Zo
schreef de invloedrijke kunstcriticus Jan Veth in mei 1888; De koning van
het licht op de tentoonstelling is Bastert. Zijn gouden glans uitstralend
landschap is de schilderij op deze Driejaarlijksche. Telkens wanneer men
er weder voorbij komt, wordt men geboeid door het aangrijpend
natuurtafereel. Alle andere schilderijen zijn geverfde doeken, wanneer men
ze naast deze ziet. Op de plaatst waar basterts schilderij hangt, is het,
als staat er een raam open, waardoor men de Vecht in al zijn heerlijkheid
aanschouwt… Vanaf 1885
werd er regelmatig werk van hem verkocht.
Dit stelde hem in staat rustig een eigen stijl te ontwikkelen. Een
deel van zijn werk werd via de kunsthandel verkocht, het resterend deel op
de Driejaarlijksche tentoonstellingen en door exposities in verschillende
kunstenaarssociëteiten. Ondanks zijn bewondering voor de schilders van de
Haagse School werd het hem in Den Haag toch te eenzaam. In 1885 betrok
Bastert een atelier in de Oosterparkstaat in Amsterdam, naast dat van
Poggenbeek en Kever. Na zijn huwelijk vestigde hij zich op het landgoed
Zwaanvecht te Nigtevecht. Nicolaas Bastert was een landschapschilder in de nabloei van de Haagse School. Hij koos vooral veelvuldig het landschap aan en om de rivier de Vecht tot onderwerp. Hij behaalde veel onderscheidingen met zijn werk, o.a.; gouden medailles op de stedelijke tentoonstelling Amsterdam, Munchen en Parijs. Bastert was lid van verdiensten van de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam en hij was lid van Arti et Amicitiae te Amsterdam. Daarnaast was hij lid van Pulchri Studio in Den Haag, waarvan de meeste Haagse Scholers eveneens lid waren. |