Karel Appel (1921)
![]() |
|
Vroeg
bloemstilleven in een impressionistische stijl door de toen 19 jarige
Karel Appel, gemaakt in zijn eerste jaar aan de Rijks Akademie voor
Beeldende Kunst te Amsterdam, waar hij van 1940 tot 1943 een opleiding
volgde. Ontwikkelde zich later tot epressionist-imagionair. Aan deze
Academie leerde Appel Corneille kennen. Aanvankelijk werd Karel Appel
vooral door Matisse en Picasso beïnvloed, wat onder meer veroorzaakt werd
door een groot aantal tentoonstellingen van contemporaine kunst, die vlak
na de oorlog in Amsterdam en Brussel gehouden werden. In 1946 hield appel
zijn eerste tentoonstelling in het “Beerenhuis” in Groningen. In 1947
volgde een tentoonstelling samen met Corneille in het Gildehuis in
Amsterdam. Tijdens een reis
naar Frankrijk, samen met Corneille,
in de herfst 1947, worden het werk van Jaen Dubuffet en de kunst
van geestenzieken en openbaring voor hem, hetgeen een keerpunt in zijn
werk veroorzaakt. Na de ontmoeting
met Constant in 1948 stichtten Constant, Appel en Corneille in juni van
dat jaar de Experimentele Groep -Reflex. Deze grop maakte later
deel uit van de internationale groep COBRA (Copenhagen, Brussel en
Amsterdam), die in 1948 door Asger Jorn,Christiaan Dotremont en de
Hollandse kunstenaars in het leven geroepen werd.. Appel deed mee aan de
COBRA tentoonstellingen in Kopenhagen 1948, Brussel 1949 en Parijs 1951.
In 1950 ging Appel in Parijs wonen. Later leefde hij langere periodes in
in Monte Carlo, Parijs, Parcour on Yonne (Fr) en New York. Karel Appel
verwierf de UNESCO prijs in 1954 en de Solomon R. Guggenheimprijs in 1960.
Vanaf 1948 kreeg hij talrijke opdrachten voor muurschilderingen in o.a.
Amsterdam, Rotterdam, Brussel, Parijs en Kassel. Met werk opgenomen in meer dan 50 musea over de gehele wereld en met meer dan 300 tentoonstellingen wordt Karel Appel algemeen beschouwd als een van Nederlands grootste schilders. |